fotoalbum

Home » fotoalbum » Dagvlinders
Atalanta

Atalanta - Vanessa atalanta

De Atalanta is een trekvlinder en komt jaarlijks vanuit Zuid-Europa. Een gedeelte van de herfstgeneratie vliegt in het najaar terug naar het zuiden. De rups leeft op brandnetel, en maakt een schuilplaats door het dichtspinnen van brandnetelbladeren. Op de foto's zie je de rups, de rups die zich gaat verpoppen, de pop zelf en een afgestroopt rupsenvelletje, en de volwassen vlinder. Op het einde van de herfst vind je soms heel afgevlogen exemplaren.

bont zandoogje

Bont zandoogje - Pararge aegeria

De vlinder geeft de voorkeur aan gemengde bossen en naaldbossen als leefgebied. Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De rups leeft van allerlei grassen. De vlinder leeft ongeveer drie weken. Er zijn twee tot drie generaties per jaar. De mannetjes verdedigen hun territorium tegenover soortgenoten en jagen andere mannetjes van dezelfde soort weg.

boomblauwtje eileg op klimop

Boomblauwtje - Celastrina argiolus

Op de foto's zie je de vlinders, eileg op de knoppen van klimop, de groeiende rupsen en de verpoppingscocon.

bruin zandoogje

Bruin zandoogje - Maniola jurtina

Vrouwtjes vliegen alleen om voedsel of plaatsen om eitjes af te zetten op te zoeken. De mannetjes hebben een territorium, waarbinnen ze kort vluchten houden op zoek naar een vrouwtje, of "patrouilleren". Ze achtervolgen daarbij ook andere vlinders, of landen zelfs op zaken als dode blaadjes. Als waardplanten gebruikt het bruin zandoogje allerlei soorten grassen. Het vrouwtje zoekt meestal een lage plek in het gras om een eitje op af te zetten - zie foto.

citroenvlinder

Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni

De vlinder is een zwervende soort die overal kan worden aangetroffen maar vlak voordat er gepaard moet worden zoeken de vlinders de waardplanten op. De enige twee soorten waarvan de rupsen kunnen leven zijn sporkehout en wegedoorn, die in en rond bossen en houtwallen groeien. Rond de paartijd kunnen de vlinders hier massaal worden aangetroffen. De citroenvlinder is een van de langstlevende soorten die als imago meer dan een jaar oud kan worden. De vliegtijd is van juli tot en met oktober en van februari tot en met mei. In de tussentijd wordt een winterslaap gehouden in holten in bomen of lage, groene struiken zodat de vlinder moeilijk te vinden is - zie foto van schuilplaats in klimop. Ook als de vlinder rond juni uit zijn pop komt wordt al snel een soort zomerslaap gehouden. Hierdoor wordt het grootste deel van het relatief lange leven al rustend doorgebracht.

dagpauwoog

Dagpauwoog - Inachis io

De vlinder heeft geen echte voorkeur voor een bepaald leefgebied, als het maar zonnig is en er bloemen zijn om nectar uit te zuigen. Daarom is de soort vooral te vinden in bloemrijke graslanden, maar ook tuinen worden veel bezocht en vooral als er planten als de vlinderstruik in staan. De larven van de dagpauwoog beschikken echter over een ruim aanbod aan voedsel omdat de brandnetels waarop ze leven zeer algemeen voorkomen. Wil je dagpauwogen in uw tuin, laat dan een hoekje staan met brandnetels.

distelvlinder

Distelvlinder - Cynthia cardui

De distelvinder is een trekvlinder, die ieder jaar van het gebied rond de middellandse zee naar het noorden zwermt. Sommige vlinders trekken in het najaar terug naar het zuiden.

gehakkelde aurelia rups

Gehakkelde aurelia - Polygonia c-album

De gehakkelde aurelia is een algemene soort, die bij bosranden, struwelen en in parken en tuinen kan worden waargenomen. Samen met de dagpauwoog, atalanta, kleine vos en landkaartje is de gehakkelde aurelia een van de "brandnetelsoorten" onder de dagvlinders, waarvan de rupsen vooral op brandnetel te vinden zijn. Het menu van de rups van de gehakkelde aurelia kan echter ook uit andere planten bestaan. De vlinder overwintert als volwassen dier verstopt in boomholtes of tussen afgevallen blad.

groot dikkopje

Groot dikkopje - Ochlodes venata

De vlinder komt voor in bosrijke gebieden op vochtige, matig voedselrijk grasland. De vliegtijd is van juni tot en met augustus met jaarlijks één generatie. Bij de mannelijke vlinder zijn op de voorvleugels donkerkleurige geurschubben te zien.

groot koolwitje paring

Groot koolwitje - Pieris brassicae

Het groot koolwitje is een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes. De vlinder stelt geen specifieke eisen aan zijn leefgebied. De vlinder overwintert als pop en heeft 2 tot 3 generaties per jaar. De vlinder legt zijn eitjes in groepjes op de onderkant van de bladeren van onder andere kruisbloemigen zoals boerenkool en spruitkool. De rups vervelt vier keer. De rupsen kunnen een ware plaag vormen bij de teelt van kool. De kleur van de pop is grijs/groenachtig met zwarte en gele vlekjes. Ze is hoekig en maakt zich vast met een zijdedraad aan de verpopplaats. In dit stadium verandert de rups in de volwassen vlinder. Enkel de poppen van de tweede generatie overwinteren.

koolwitjes paringsdans

Groot koolwitje paringsdans - Pieris brassicae

Beschrijving : zie groot koolwitje.

heideblauwtje

Heideblauwtje - Plebejus argus

Het heideblauwtje is een vlinder die vooral op vochtige heide kan worden aangetroffen. De vlinder heeft een spanwijdte van hooguit 3 centimeter. Bij de mannetjes zijn de vleugels aan de bovenzijde blauw, bij de vrouwtjes bruin met een rijtje halvemaanvormige vlekjes aan de achterrand. Het heideblauwtje komt bijna enkel voor in vegetaties met gewone dophei, voornamelijk de associatie van gewone dophei. Zowel de rups als de vlinder hebben als waardplant de gewone dophei of (na de bloei van voorgaande) struikhei. De rupsen leven van de bloemen en jonge scheuten van de plant, de vlinders van de nectar. De verpopping vindt onder de grond plaats. De rupsen van het heideblauwtje leven in mutualisme met mieren van het geslacht Lasius, waaronder de humusmier (Lasius platythorax). Zowel de rupsen als de poppen hebben klieren die een zoete stof afscheiden, waar de mieren verzot op zijn. Vaak bouwen de mieren een nest rond de pop. De mieren 'beschermen' de rups en de pop en zelfs de net uitgekomen vlinder tegen predatoren. De vliegtijd is van juni tot augustus. In Vlaanderen komt de soort enkel nog voor in de Kempen.

hooibeestje

Hooibeestje - Coenonympha pamphilus

Het hooibeestje is een kleine vlinder uit de onderfamilie van de zandoogjes en erebia's (Satyrinae) van de familie Nymphalidae. Het is een standvlinder. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten. Het hooibeestje is algemeen. Grasland met een niet te hoge vegetatie, bermen en heidegebieden worden als leefgebied door de vlinder gebruikt. Het hooibeestje is een slechte vlieger en daardoor vaak laag boven het maaiveld te zien. Er zijn jaarlijks twee generaties van deze vlinder. Waardplanten van het hooibeestje zijn verschillende soorten grassen, zoals zwenkgras, schapengras en beemdgras. De soort overwintert als rups.

icarusblauwtje en luzernevlinder

Icarusblauwtje - Polyommatus icarus

Het icarusblauwtje is een vlinder uit de familie van de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes (Lycaenidae). Veel vrouwtjes zijn van boven bruingekleurd met oranje vlekjes. Daardoor worden deze vrouwtjes soms aangezien voor bruin blauwtjes. De mannetjes zijn aan de bovenzijde egaal blauw. In België is de vlinder zeer algemeen. De rups overwintert, meestal het derde rupsstadium. De rupsen worden gevonden op diverse planten uit de vlinderbloemenfamilie. De jonge rupsen mineren.

klein geaderd witje

Klein geaderd witje - Pieris Napi

Het klein geaderd witje is een vlinder uit de familie Pieridae, de witjes. De voornaamste waardplanten zijn pinksterbloem en look-zonder-look, maar ook andere soorten kruisbloemigen zoals andere soorten veldkers dan de pinksterbloem en mosterd. De planten moeten met name in vochtige omgeving in de halfschaduw staan. Vliegt in twee tot drie generaties. Het klein geaderd witje is een zeer mobiele vlinder, die migreert binnen het areaal. In België is de soort zeer algemeen. Het klein geaderd witje stelt geen specifieke eisen aan zijn omgeving en kan daarom overal worden aangetroffen. In de meeste habitats waar het klein koolwitje vliegt, is ook het klein geaderd witje te vinden. Wel heeft het klein geaderd witje meer dan het klein koolwitje een voorkeur voor natuurlijke omgevingen en is het minder een cultuurvolger. In vochtige omgevingen wordt zij het meest waargenomen.

klein koolwitje

Klein koolwitje - Pieris rapae

Het klein koolwitje of knollenwitje is een dagvlinder uit de familie witjes (Pieridae). De vlinder stelt geen specifieke eisen aan zijn omgeving en kan daarom overal worden aangetroffen waar de waardplanten groeien. Onder de waardplanten van het klein koolwitje bevinden zich verscheiden koolsoorten, vandaar ook de naam. Door kwekers van koolsoorten wordt de rups algemeen als een plaagdier gezien. Meer specifiek zijn de waardplanten: De kruisbloemenfamilie, de resedafamilie, de kappertjesplant, de Oost-Indische kers en andere en enkele soorten uit de amarantenfamilie zoals vooral meldes. De vlinder legt één tot hooguit drie eieren per plant op de onder- of bovenkant van het blad, mede hierdoor leven de rupsen vaak solitair. Er zijn 3 tot 4 generaties per jaar. De vlinder overwintert als pop, vaak relatief laag bij de grond en regelmatig aan niet-natuurlijke voorwerpen (muren, hekwerk, tuinmeubels enz.).

kleine parelmoervlinder

Kleine parelmoervlinder - Issoria lathonia

De kleine parelmoervlinder is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders. De kleine parelmoervlinder is een opvallende vlinder door de spiegels op de onderkant van zijn vleugels. De kleine parelmoervlinder heeft een voorkeur voor droge, bloemrijke graslanden. De rups van de kleine parelmoervlinder kent alleen viooltjessoorten als waardplant. Deze viooltjes staan vaak in droge en schrale graslanden. De voornaamste nectarbronnen voor de vlinder zijn driekleurig viooltje, jacobskruiskruid, kattenstaart, koninginnenkruid, slangenkruid, vlinderstruik en watermunt. De vlinder is hierin echter niet kieskeurig en bezoekt ook zo'n dertigtal andere plantensoorten. Deze voedselplanten staan meestal in nattige, moerasachtige terreinen.Voor het overleven heeft deze vlinder beide terreinen in de nabijheid van elkaar nodig. Ze heeft eveneens onbegroeid terrein nodig om te zonnen. De eitjes worden door het vrouwtje elk afzonderlijk op de onderzijde van een viooltjesblad afgezet. Het verpoppen gebeurt in een los spinsel vlak bij de grond. Er zijn drie generaties per jaar. De laatst generatie overwintert als rups op de waardplant.

kleine vos

Kleine vos - Aglais urticae

De kleine vos is een vlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders. Het vrouwtje zet eieren af in groepen van veertig tot ruim honderd op de grote brandnetel. De rupsen spinnen een aantal bladeren bij elkaar en leven samen in dat spinsel. Als de bladeren zijn kaalgevreten verhuizen zij naar een andere plant. Pas in het laatste stadium leven de rupsen solitair. De rupsen verpoppen hangend in de vegetatie of aan een muurtje op ongeveer 1 meter hoogte. De imago vliegt in twee jaarlijkse generaties. De vlinders van de tweede generatie eten zich in de eerste dagen van hun bestaan vol, teneinde voedselreserve op te bouwen. Daarna zoeken zij een schuilplaats, en gaan in diapauze om te overwinteren. Zij doen dat vaak op koele beschutte plekken en zijn dan ook vaak te vinden in schuurtjes. Pas na de overwintering gaan zij zich voortplanten. Bij overwintering zijn de vlinders bestand tegen vorst tot zeker -20°C. Het mannetje van de kleine vos verdedigt vanaf de middag een territorium vanaf een beschutte zonnige plek in de buurt van brandnetels. De kleine vos gebruikt een grote verscheidenheid aan planten als nectarplant, zoals heelblaadjes, watermunt, leverkruid, paardenbloem en vlinderstruik. In België is de kleine vos een algemene tot zeer algemene vlinder.

kleine vuurvlinder

Kleine vuurvlinder - Lycaena phlaeas

De kleine vuurvlinder is een vlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes. De habitat bestaat vooral uit open gebieden, met name schrale graslanden en duinen en heide, maar de soort wordt ook in tuinen en wegbermen waargenomen. Vliegt in twee of drie jaarlijkse generaties. Het mannetje zoekt een vrouwtje om mee te paren. Er zijn twee zoekstrategieën: patrouilleren en op wacht zitten. De eitjes worden bij volle zon afzonderlijk afgezet op de onderkant van het blad van de waardplant. Waardplanten die de kleine vuurvlinder gebruikt zijn diverse soorten zuring, vooral schapenzuring en in mindere mate veldzuring. Daarbuiten worden ook varkensgras en alpenzuurkruid. De rups overwintert halfvolgroeid in de strooisellaag. De overwintering geschiedt niet voor alle rupsen in hetzelfde stadium, waardoor de vlinders in het voorjaar flink verspreid in de tijd verschijnen.

koevinkje

Koevinkje - Aphantopus hyperantus

Het koevinkje is een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's. Het koevinkje leeft op vochtige of ruige graslanden en grazige plekken met struiken. Hij vliegt in één generatie en is vooral te vinden op valeriaan- en tijmbloemen. De rupsen leven op diverse grassoorten zoals witbol, smele, kropaar, zwenkgrassen. De soort overwintert als half volgroeide rups, verscholen in een graspol; bij zacht winterweer komen de rupsen soms tevoorschijn om te foerageren.

koninginnenpage

Koninginnenpage - Papilio machaon

De koninginnenpage is een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae). Het habitat bestaat uit bloemrijke graslanden. In België heeft de vlinder zich permanent gevestigd in het zuidoosten van het land. De vlinder wordt door heel België als zwerver aangetroffen. Het habitat bestaat uit bloemrijke graslanden, moerassen en weiden, moestuinen, heuvelige open landschappen en luzerne- en klavervelden. De rupsen leven voornamelijk van verschillende schermbloemige planten.

landkaartje

Landkaartje - Araschnia levana

Het landkaartje is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders. De onderkant van de vleugels is een netwerk van lijnen en daar dankt deze vlinder zijn naam aan. Bijzonder aan deze vlinder is dat er twee vormen zijn. De eerste generatie in het voorjaar is oranjerood met zwarte vlekken terwijl de zomergeneratie zwart is met een witte band en rood-oranje streepjes op de bovenvleugel. Het seizoensdimorfisme wordt veroorzaakt door de diapauze die de overwinterende poppen van de voorjaarsvorm ondergaan. Het landkaartje heeft als leefgebied de bossen, tuinen, en bosranden. De waardplant van de rupsen is de grote brandnetel.

oranje luzernevlinder

Oranje luzernevlinder - Colia croceus

De oranje luzernevlinder is een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes. De oranje luzernevlinder komt voor op klaver- of luzernevelden. De rupsen leven ook op talrijke andere soorten van de vlinderbloemigen. Het is een Midden- en Zuid-Europese soort die als trekvlinder ook noordelijker kan worden aangetroffen. De vliegtijd is van maart tot en met november.

oranje zandoogje

Oranje zandoogje - Pyronia tithonis

Het oranje zandoogje is een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's. De waardplanten van het oranje zandoogje zijn diverse smalbladige grassen, zoals kropaar, gewoon struisgras, rood zwenkgras, kweekgras en grote vossenstaart. De eitjes worden door het vrouwtje afgezet op enigszins beschaduwde plaats. Vanaf eind oktober zoeken de rupsen een plaats diep in de vegetatie en overwinteren daar. Er is één jaarlijkse generatie. De volwassen vlinders eten nectar van allerlei planten. De vlinders kunnen vaak met gespreide vleugels zonnend worden aangetroffen. De vlinder geeft de voorkeur aan droge tot matig vochtig grasland als leefgebied. De vlinder heeft een voorkeur voor ruigtes langs langgerekte landschapselementen (zoals wegbermen, slootkanten, houtwallen en dijken) en mijdt grote open gebieden, ook als die veel bloemen en kruiden bevatten.

oranjetipje

Oranjetipje - Anthocharis cardamines

Het oranjetipje is een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes. De imago kent seksueel dimorfisme. Het mannetje heeft een grote oranje vlek aan de vleugeltip van de voorvleugel, die bij het vrouwtje ontbreekt. Waardplanten voor de rups van het oranjetipje zijn pinksterbloem, look zonder look, scheefkelk en andere kruisbloemigen, soms ook reseda. Het oranjetipje overwintert als pop. Uitgekomen vlinders eten niet en drinken alleen nectar. De vlinder geeft de voorkeur aan matig vochtige graslanden bij bossen als leefgebied.