fotoalbum

Home » fotoalbum » Wespen
bijenwolf

Bijenwolf - Philanthus triangulum

De bijenwolf is een graafwesp, die niet in een nest woont, maar solitair leeft. De bijenwolf is een grote wesp, mannetjes blijven veel kleiner dan vrouwtjes. De bijenwolf dankt zijn naam aan het feit dat hij bijen vangt. De mannetjes zijn onschuldige bloembezoekers, die dol zijn op guldenroede. Het grotere vrouwtje echter is in staat met haar gevoelige reukzintuigen een bij van andere insecten te onderscheiden. Als ze een bij heeft gevonden, blijft ze boven de bij hangen tot het juiste moment daar is om aan te vallen. Dan stort de wesp zich op de bij, en met haar poten grijpt ze de bij vast. Gelijk geeft de wesp de bij een verlammende steek, en perst het gif door het lichaam van de bij, waarbij de eventuele nectar ook uit de mond van de bij komt, welke de wesp opdrinkt. Zo legt de wesp een aantal van deze verlamde bijen in haar nest, en legt op een ervan een eitje. Het nest bestaat uit een gang waaraan een aantal kamers liggen, voor iedere larve een. Wanneer het eitje uitkomt, eet de larve de bijen een voor een op. Omdat deze niet zijn gedood maar zijn verlamd, zijn deze nog vers en worden levend gegeten. Het aantal honingbijen bepaalt tevens het geslacht; een of twee bijen geeft een mannetje, bij meer bijen wordt de larve een vrouwtje, deze zijn ook groter.

 blokhoofdwesp

Blokhoofdwesp spec - Ectemnius spec

Het geslacht Ectemnius wordt tegenwoordig in het Nederlands aangeduid als blokhoofdwespen. Vroeger werd de naam vliegendoders ook wel gebruikt. Het zijn redelijk grote wespen met de typische kleuren zwart en geel. Alle blokhoofdwespen graven hun nestje in dood, vermolmd hout en niet in de grond.

blokhoofdwesp

Blokhoofdwesp spec. (vliegendoder) - Ectemnius spec.

Het geslacht Ectemnius wordt tegenwoordig in het Nederlands aangeduid als blokhoofdwespen. Vroeger werd de naam vliegendoders ook wel gebruikt. Het zijn redelijk grote wespen met de typische kleuren zwart en geel. Alle blokhoofdwespen graven hun nestje in dood, vermolmd hout en niet in de grond.

boswesp

Boswesp - Dolichovespula sylvestris

De boswesp (Dolichovespula sylvestris) is een vliesvleugelig insect uit de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae). Soort met een sterke voorkeur voor bosranden, maar ook in tuinen en parken. Koninginnen vliegen van begin april tot ongeveer half juni, waarna de werksters beginnen te vliegen tot eind augustus. Mannetjes vliegen van half juni tot eind september. Nesten worden opgehangen aan struiken, hagen en graspollen. Ook worden ze wel in holtes in de grond gemaakt.

winterslaapwesp

Duitse wesp - Vespula germanica

De Duitse wesp is een vliesvleugelig insect uit de familie papierwespen (Vespinae). De Duitse wesp behoort tot de papierwespen en heeft net als veel andere soorten die tot deze groep behoren een overwegend zwarte kleur met gele vlekken en strepen. Het is daarnaast een insect dat in kolonies leeft, en nesten bouwt van houtvezels zodat het nest een papierachtige textuur heeft. Net als andere papierwespen kan de Duitse wesp pijnlijk steken doordat de vrouwtjes, die het talrijkst zijn en het gehele jaar voorkomen, een angel bezitten. De Duitse wesp leeft hoofdzakelijk van andere insecten en speelt het grootste deel van het jaar een zeer nuttige rol door plantenetende insecten op te ruimen. In de herfst echter zoekt de Duitse wesp net als de gewone wesp naar zoetigheden en wordt gezien als plaaginsect door bezoekers van terrassen.

franse veldwesp wespennest

Franse veldwesp - Polistes dominula

De Franse veldwesp is een wesp uit de familie der plooivleugelwespen (Vespidae). Deze soort is van andere wespen te onderscheiden door het iets afgeplatte, slankere lichaam, meer oranje voelsprieten en een overwegend zwarte kleur met gele dwarsstrepen. Mannetjes zijn van vrouwtjes te onderscheiden doordat ze gekromde uiteinden van de voelsprieten hebben en daarnaast hebben mannetjes groene ogen en de vrouwtjes zwarte ogen. De Franse veldwesp wordt ongeveer 12 tot 18 millimeter lang en is het hele jaar te zien, de koningin overwintert op beschutte plaatsen in bomen maar ook wel in huizen. Deze wesp maakt holen op beschutte plaatsen. Het nest heeft geen papieren omhulsel maar is open, waardoor de wespen goed te zien zijn. De wesp jaagt voornamelijk op insecten en is niet geïnteresseerd in zoetigheid. Wel kan deze wesp steken maar doet dat alleen bij gevaar.

graafwesp gewone vliegendoder

Gewone vliegendoder - Mellinus arvensis

De gewone vliegendoder is een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae). Lengte 7-14 mm. Lichaam slank en opvallend glanzend. Gezicht met gele U. Vaak op zeer kleinschalige, open, zandige tot lemige plekken. De soort graaft een ongeveer 30 cm diep nest, bij voorkeur in een talud. De wesp jaagt op zogenaamde hogere vliegen, vooral van de familie Muscidae. Net als de bijenwolf gebruikt ze haar prooien regelmatig voor de eigen suiker- en eiwitbehoefte. Daartoe worden ze gekneed en gemasseerd, totdat er vloeistof uit de zuigsnuit loopt wat opgelikt wordt.

wesp vespula vulgaris koningin

Gewone wesp - Vespula vulgaris

De gewone wesp is een wesp uit de familie van de wespen (Vespidae). De gewone wesp wordt 17 tot 20 mm lang en is stereotiep gekleurd in zwart en geel. Het is een sociale wesp die zijn papieren nest, dat is samengesteld uit gekauwde houtvezels, vaak onder de grond bouwt. Hierbij maakt de wesp meestal gebruik van een verlaten hol als de start voor het nest. Dit wordt later uitgebreid door de werksters. Deze wesp toont zijn nut in tuinen, omdat hij rupsen en andere schadelijke insecten in toom houdt.

graafbijendoder

Graafbijendoder - Cerceris rybyensis

De graafbijendoder is een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae). gewone graafbijendoder. Lengte 8-12 mm. Bij voorkeur op open, zandige vlakten, maar ook op vaste, lemige of lôsshoudende grond. Ook in stedelijke omgeving. De nesten lijken op die van de grote knoopwesp, maar zijn minder diep. Als prooien worden groefbijen en zandbijen gevangen.

bij onbekend

Graafwesp onbekend

nog te determineren

hoornaar met bij

Hoornaar - Vespa crabro

De hoornaar of paardenwesp is een vliesvleugelig insect uit de familie plooivleugelwespen (Vespidae). De hoornaar behoort tot de echte wespen of papierwespen (Vespinae). De hoornaar kan tot 3,5 centimeter lang worden. Ondanks de indrukwekkende lichaamsgrootte en het luide gezoem is de hoornaar beduidend minder agressief in vergelijking met andere wespen. De steek van de hoornaar is pijnlijker dan de steek van een honingbij maar het gif is minder krachtig. Hoornaars gebruiken het gif om insecten te doden die zij vervolgens met de kaken vermalen tot een papje en aan de larven voeren. De larven geven op hun beurt een zoete vloeistof af aan de werksters die de suikers gebruiken als brandstof om te kunnen vliegen en zo nog meer insecten te vangen. Het nest wordt gemaakt van cellulosevezels die van bomen worden geknaagd. Het nest is bolvormig en bestaat uit meerdere raten. In het nest van de hoornaar is geen honing aanwezig zoals bij de ver verwante honingbij het geval is. Op de foto's zie je ook een hoornaar die, hangend aan een spinnenweb, vakkundig een gevangen insect fileert, om dat mee te nemen naar haar nest.

knoopwespjes

Knoopwesp - Cerceris spec.

Niet verder te determineren knoopwesp.

middelste wesp koningin

Middelste wesp - Dolichovespula media

De middelste wesp is een veldwesp (Vespinae) in de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae). De middelste wesp is alleen dicht bij het nest agressief. De koningin wordt 18-22 mm lang, werksters en mannetjes 15-19 mm. De werkers voeden zich met nectar, maar de koningin en de larven worden gevoed met insecten zoals vliegen en andere wespen. Het lichtgrijze, gemarmerde nest hangt gewoonlijk in een boom, struik of onder een dakrand en wordt gemaakt van populierenhout. Het heeft maximaal een doorsnede van een 30 tal cm en is meestal hoger dan breed. Het nest heeft dan tot 1800 cellen en bevat 900-1700 wespen, larven en eitjes, waarvan maximaal 200 werksters. In augustus sterft het volk. De koningin overwintert.

mierwesp

Mierwesp - Familie Mutillidae

Mierwespen of fluweelmieren zijn een familie van wespachtigen. Mierwespen zijn vleugelloos en lijken op mieren, maar worden beschouwd als wespen-zonder-vleugels. Mierwespen zijn over het algemeen veel behaarder dan mieren.r Het lichaam van deze mierwespen is fluwelig behaard. De mannetjes hebben volledig ontwikkelde vleugels, terwijl de vrouwtjes ongevleugeld zijn. De vrouwtjes kunnen gemeen steken. De lichaamslengte varieert van 0,3 tot 2,5 cm. De eieren worden afgezet op een larve in een cel van een bijen- of wespenkolonie. De larven van bijen en wespen dienen als voedsel voor de larven. Eerst knagen de vrouwtjes een gat in de cel, leggen de eitjes en maken de cel weer dicht. De larve doet zich tegoed aan de larve van de gastheer en verpopt zich in diens cel.

Muurwesp (Ancistrocerus spec.) met een klein scheurtje in de linkervleugel

Muurwesp - Ancistrocerus spec

Muurwespen nestelen in muurgaten en andere openingen, zoals hier in een gaatje van een rolluik. Ze vangen rupsen voor hun broedsel, waarna ze de gaten dichtmetselen. Deze muurwesp kan niet verder gedetermineerd worden.

muurwespje

Muurwesp - Ancistrocerus gazella

Ancistrocerus gazella is een soort muurwesp . Als een imago (volwassene) verzamelt het vrouwtje maar liefst 20 rupsen voor elk nest, dat uit een enkele cel bestaat. De larven voeden zich met deze rupsen in het nest, dat is verzegeld met modder. Als volwassenen eten ze nectar en bladluishoningdauw . Mannen kunnen niet steken, en de angel van een vrouw is niet pijnlijk. Ze zijn te vinden op ramen, foerageren naar nectar op bloemen of zoeken naar kleine scheuren of gaten om in te nestelen.

Trypoxylon spec. Een Pottenbakkerswesp

Pottenbakkerswesp - Trypoxylon figulus

De pottenbakkerswesp behoort tot de familie van de graafwespen (Crabronidae). Deze soort vangt kleine spinnen die als voedsel gebruikt worden voor de larven. Ze maken hun nest vooral in plantenstengels, houtwormgaten en kleicellen. De grootte varieert tussen de 8 en de 15 mm, waarbij de mannetjes opvallend kleiner zijn dan de vrouwtjes. Hun nestholen worden afgesloten met een laagje klei. De foto's werden gemaakt bij het insectenhotel.

graafwesp

Steekmuggendoder (mogelijk)- Crossocerus-quadrimaculatus maar zeker Crossocerus spec

De steekmuggendoder (Crossocerus quadrimaculatus) is een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae). Een wesp met meestal een gele tekening op het achterlijf, maar soms ook geheel zwart. Kenmerkend is de tand waarin de richel achter op de kop uitloopt. Lengte mannetje 5-8 mm, vrouwtje 7-10 mm.

urntjeswesp

Urntjeswesp spec. - familie Eumenus

Hij leeft solitair, legt na het afbouwen van het nestje een eitje, vangt een insect, b.v. een rups, die hij verdoofd, brengt deze verlamde maar nog levende rups naar het nestje en ’ metselt’ de ingang dicht. Uit het eitje komt spoedig een larve, die de nog levende rups opeet. Hierna verpopt de larve zich, om na enige tijd als volwassen urntjeswesp uit het nestje te komen.

wesp onbekend wespennest

Wesp onbekend

Deze wespen kunnen niet verder gedetermineerd worden.

wesp onbekend

Wesp onbekend (rode sprieten)

Deze wespen kunnen niet verder gedetermineerd worden.

wesp onbekend

Wesp onbekend (zwarte sprieten kort)

Deze wespen kunnen niet verder gedetermineerd worden.

Wesp onbekend urntjesvorm

Wesp onbekend urntjesvorm

Deze wespen kunnen niet verder gedetermineerd worden.

Wespachtige onbekend

Wespachtigen onbekend

Deze wespen kunnen niet verder gedetermineerd worden.

grote zeefwesp

Zeefwesp onbekend - Crabro spec.

Deze wespen kunnen niet verder gedetermineerd worden.